After Bunbury and Abadan (where I spend one evening ashore) then to Durban (no shore leave at all) and now to Trinidad. Join the Navy and see the world you would think. The weeks became months with always the same faces to talk to. I must say there was never an unseemly word between us. I still wonder today what we talked about. After so much time there would appear to be nothing left to talk about. Anyway there it was and for now there was the wide horizon beckoning us again.
One day after departure we again slipped into our work routine. Even the main engines sounded as if they had never stopped. We passed Capetown and started on the long crossing. We had already noticed that the growth on the hull of small shells and weed below the water-line had started to be felt. The long period in tropical waters had speeded up this growth. We could say that the ship had developed a full beard. During peacetime the ship would have been into dry-dock and have this growth removed. The speed with the same fuel consumption was considerably less. In peace time our trips were never longer than four months after which the ship went straight into dry-dock for repairs and a scrubbing.
During wartime one can’t afford to loose even half a mile of speed. The German U-boat designers did not stand still and the latest boats were sailing at more than our seventeen knots per hour. We could only achieve our top speed with a clean bottom. Luckily we arrived safely in Trinidad without any mishaps.
Trinidad is an island where they grow and refine a lot of sugarcane and another important by product – RUM – ! From this they distilled a number of other products like hairlotion, which was bottled in little beer bottles. It was volatile stuff and I always had a bottle handy. Tar wells up out of the ground and with little trouble is picked up and exported. Our ship was totally loaded with sugar. While this was happening and if we had the time and inclination we went ashore for a drink or to the cinema to take in a movie.
The empty ship took an astonishing amount of sugar in all its five holds, absolutely full to the top deck. I know the captain had been in touch with the shipyards in Curacao to find out if his ship could go into dry-dock for a good scrub. The answer was negative because of lack of space. Of course this was a big disappointment.
The ship, fully loaded, was now floating a meter deeper in the water and this reduced the speed again significantly. Yet we were looked upon as if we were as fast as before, because we received orders that we had to sail by ourselves, without any protection, to England.
We left the harbour of Port of Spain in Trinidad on 15th August 1942.
<< previous chapter ——————————————————————————next chapter >>
Vanaf Bunbury naar Abadan (1 avond de wal op geweest) en toen naar Durban
( helemaal de wal niet op), en nu naar Trinidad. Zo kom je nog eens ergens zou je zeggen. ( Join de navy and see the world ?). De weken regen zich aaneen tot maanden. Steeds dezelfde gezichten maar, het dient gezegd, nooit een onvertogen woord tegen elkaar. Ik begrijp nu (1999) nog steeds niet waarover we spraken. Je moet toch zo zoetjes aan uitgepraat raken ? Enfin, de horizon lag weer eens wijd voor ons open.
Een dag na het vertrek zaten we allen weer in ons werkritme en zelfs de hoofdmotoren deden net of ze niet hadden stilgestaan. We passeerden Kaapstad en begonnen aan de grote oversteek. We hadden het al een beetje gemerkt maar de aangroei van schelpjes en nog wat groen onder de waterlijn begon zijn uitwerking niet te missen. Het lange verblijf van het schip in de tropische wateren had het aangroeien nog wat versneld. We kunnen zeggen dat het schip een baard had die klonk als een klok. In vredestijd was het allang in een droogdok van dit ongemak verlost geweest.
De snelheid, bij een zelfde brandstofverbruik, werd minder. In vredestijd waren de reizen nooit langer dan hooguit vier maanden en thuis gekomen ging het schip tegelijk met de reparaties in het droogdok.
In oorlogstijd kan eigenlijk geen halve mijl van de snelheid gemist worden.
De Duitse U bootontwerpers zaten natuurlijk ook niet stil en de nieuwste types voeren nu ook al meer dan de 17 mijl. Ons schip bereikte dat alleen met een schone onderwaterhuid.
Gelukkig werd Trinidad zonder moeilijkheden veilig bereikt. Een eiland waar veel suikerriet wordt verbouwd en geraffineerd tot suiker en nog een belangrijk bestanddeel nl. rum.
Uit de rum werd ook nog van alles gedistilleerd, w.o. haarlotion, welke in bierflesjes werd gebotteld. Het was vluchtig spul en ik had ook altijd wel zo’n flesje bij de hand.
Ook borrelt er vanzelf teer uit de grond, hetgeen dus vrij moeiteloos wordt gewonnen en uitgevoerd. Het schip werd helemaal volgeladen met suiker. Intussen gingen we, als we nog wat tijd en puf hadden, ’s avonds nog wat de wal op voor een drankje of naar de bioscoop.
Het lege schip nam een onvoorstelbare hoeveelheid suiker in zijn ruimen op. Absoluut vol tot aan het bovendek.
Nu weet ik niet meer of we nog naar Curaçao zijn gevaren. Dan zou het alleen voor brandstof moeten zijn geweest. Zeker weet ik wel dat de Kapitein, of vanuit Trinidad of te Curaçao navraag heeft gedaan of het schip daar in het dok kon worden geschoren. Het antwoord was negatief, vanwege plaatsgebrek. Dit was natuurlijk zeer teleurstellend.
Het schip lag, omdat het nu vol geladen was, meters dieper in het water. Het oppervlak dat nu onder water was komen te liggen was zeer vergroot en benadeelde de snelheid in hoge mate.
Toch werden we nog steeds voor vol aangezien, want er werden orders gegeven dat we op eigen kracht, alleen dus, de thuisreis naar Engeland moesten aanvaarden. We verlieten de haven Port of Spain van het eiland Trinidad op 15 augustus 1942.
<< vorig hoofdstuk ——————————————————————–volgend hoofdstuk >>