fore-word / Voorwoord

Nederlands or English

Postcard Abbekerk 1939


Every author with a little self-respect, who is writing more than a couple off words, will start the fabrications he puts to paper, half- and whole truths and memories, off with a foreword. It is almost as logical as saying grace before eating. The after word is usually left out. Moreover, that is strange because you never know starting it, what you do know at the end of your scribbling. I am planning to write one and I am curious of the things I am going to be writing down then.
I am going to try to describe a journey that I made a few years back, 57 to be (more or less) precise and that would last from somewhere around August 1941 up till somewhere around November 1942.
A journey from England and back. Mind you, these are memories, that is to say that the parts still clear in my mind will have to be tacked on a bit. Off course, I cannot remember all the exact dates but I will try to get some order in. One would think: ‘it’s war-time why didn’t he keep a diary?’ Well, nothing as monotonous as a sailors life, you go on watch, four hours work, and eight hours off. During your off time you read, have a drink with your fellow sailors en eat three times a day, every day.
A diary could just tell you about our conversations and off course, nobody’s interested in that. In addition, to be honest, the thought never crossed my mind.
The ship I worked on as an assistant marine engineer in the 4-8 watch, mornings and late afternoons , seven days a week for more than a year (monotonous or not?) was called the ms “Abbekerk” Because a lot happened outside my work and out of my control I am trusting the things worth remembering to the hard disc of my computer. A computer given to me by my son Peter (thank you so much) who really does not remember life being fabulous without this modern contraption. In addition, I thank Marianne, my wife, who promised me to edit my scribbling and point me, if and when necessary, into the right (better) direction.
So here it is, in advance it seems, thank you very much.

<< previous chapter———————————————————-                   -next chapter >>


Elke zichzelf respecterende schrijver, die meer dan een paar honderd woorden schrijft, begint zijn op papier gestelde verzinsels, halve – en hele waarheden en memoires, met een voorwoord. Het is bijna net zo logisch als bidden voordat men gaat eten. Het nawoord (danken) is er zo goed als nooit bij. En dat is wel wat gek want je weet in het begin nooit wat je aan het eind van je schrijverij wel weet. Ik neem me dan ook voor dat dus wel te doen. Het zal mij benieuwen wat ik dan nog aan het papier toevertrouw.
Ik ga proberen een reis te beschrijven die ik al enige jaren geleden, 57 jaar om (ongeveer) precies te zijn, heb gemaakt en die zou duren van ongeveer augustus 1941 tot plusminus november 1942.
Dat was dus vanuit Engeland en weer terug in Engeland. Let wel, het zijn herinneringen, wat wil zeggen dat ik de stukken die mij nog vrij goed voor de geest staan aan elkaar moet breien. Exacte data kan ik mij natuurlijk niet meer herinneren, maar ik zal trachten er een beetje verhaal in aan te brengen. Je zou denken, het was oorlogstijd, waarom had ik geen dagboek bijgehouden? Wel, er is geen leven zo monotoon als het zeemansleven. Je loopt wacht, vier uur op acht uur af, en tijdens de vrije uren slaap je, lees je, drink je een glaasje met je collega’s en eet je drie maal per dag. En dat elke dag. Een dagboek zou alleen kunnen verhalen over onze gesprekken en daar is natuurlijk niemand benieuwd naar. En laat ik eerlijk zijn, ik heb er eigenlijk nooit aan gedacht.
Het schip heette ms. ‘Abbekerk’ waar ik als assistent s.w.t.k. (scheepswerktuigkundige) op werkte in de 4 tot 8 wacht in de ochtend en de namiddag, 7 dagen per week en meer dan een jaar. Is dat monotoon of niet?
Juist omdat er, buiten mijn werk om en buiten mijn schuld, nogal wat gebeurde wat de moeite waard was om herinnerd te worden zal ik het aan de harde schijf van de computer toevertrouwen. Een computer die mij is geschonken door mijn zoon Peter (waarvoor hartelijk dank) die eigenlijk niet meer weet hoe fijn het leven was zonder die moderne uitvinding. Althans dat denk ik. Voorts dank ik Marianne, die mij beloofd heeft de door mij op schrift gestelde tekens eventueel te corrigeren en, indien nodig, in goede (betere) banen te leiden. Hier dus ook, maar dan bij voorbaat, hartelijk dank.

<< vorig hoofdstuk———————————————————-               volgend hoofdstuk >>

Leave a response

Your response: