In the meantime the situation in Malaysia had changed quickly, the Japs had started to march down from the north and you did not have to be an experienced general to understand that was Singapore they were after. In fact the Japs were already halfway there when we arrived in Cape Town. Great reinforcements of materials and troops were feverishly dispatched to Singapore. Considering the English Airforce including the Dutch, was nowhere near as strong as the Japanese it was clear that the Japanese would have absolute power in the skies in a very short time. Those locomotives destined for Singapore had now very few rails to run on and it would be better to put them ashore in South Africa to be used there. But there was a problem. Those five colossus stood right on the very bottom of the ship. The same day they solved this problem. All the cargo that was above the locomotives had to be put ashore, the loco’s out, the rest of the cargo back in and as quickly as possible to Singapore where they were waiting for all the weapons.
Just imagine (if that is at all possible) five holds and a locomotive in each hold. First ten spitfires ashore, then the top hatch open and remove everything that sat on top and that put ashore. Than the middle hatch and the bottom hatch, removing everything that had been loaded and stored in them until finally one could see the locos. Ashore and in all the packing sheds there was complete chaos. Everything was lying about in complete disorder. Speed was the order of the day, money played no part in this. To make a long story short when the locomotives were out, the rest of the cargo that was ashore went back in. It went in, in almost the same disorder as it was taken out but it was stowed in a proper and safe manner, because the safety of the ship could not be compromised in any-way because we had so many high explosives onboard.
News about the Japanese advance to Singapore gave us no joy. The knowledge of the combination of our volatile cargo and Japanese aircraft in the sky in the future did not make us jump for joy. We did not talk about it and we prepared the ship to sail at full speed to Durban to take on further much needed supplies. Then to the straight of Soenda between the two islands Java and Sumatra in the former Dutch East Indies. One day after departure our Captain asked the commodore if we could put on deck one of the Bofor anti aircraft guns we had in the hold. These guns would be manned by members of the crew and trained by English gunners. This was greeted with a great deal of enthusiasm and so it was that we acquired the third anti-aircraft gun on deck. The ammunition was quickly found and permission was given to have a few trial firings and soon we had a number of grenades exploding high in the sky, we were now the best defended ship in the convoy.
I cannot remember the dates we sailed in convoy but I read later in a history book that on 10th January 1942 a convoy of five big ships including the “Abbekerk ”had passed the straight and were escorted by the Dutch destroyer H.M. “Tromp”. This ship was guarding the straits.
<< previous chapter ——————————————————————————next chapter >>
Opmerking van Peter Kik: Hoewel mijn vader hier spreek over Kaapstad kan ik nergens vinden dat Abbekerk die reis in Kaapstad is geweest. Aangezien het hele konvooi naar Durban ging heeft hij zich vermoedelijk in de plaats vergist met een van de andere keren dat Abbekerk in Kaapstad was.
Intussen was de situatie in Maleisië rap veranderd. De Jappen waren een opmars begonnen in het noorden van dat land en je behoefde geen bekwame veldheer te zijn om te begrijpen dat Singapore het einddoel was. Ze waren, in feite, al zowat halverwege toen we in Kaapstad arriveerden. Koortsachtig werden grote versterkingen aan manschappen en materiaal aangevoerd in Singapore.
Aangezien de Engelse luchtmacht zwaar in de minderheid was, en de Hollandse nog minder, was het zo klaar als een klontje dat de Japanners binnen de kortste keren de alleenheerschappij in de lucht zouden hebben.
De locomotieven die we aan boord hadden, en die in Singapore gelost moesten worden, hadden daar kennelijk nog maar zeer weinig rails om te berijden. Die konden beter in Zuid-Afrika aan land gezet worden om ze daar te gebruiken. Maar er was een probleem. Deze kolossen stonden zowat op de kielplaat van het schip. Goede raad was kennelijk niet zo duur en nog dezelfde dag was het probleem opgelost. De hele hap lading die boven de locomotieven was geladen moest gelost worden, de locs eruit, lading er weer in en naar Singapore. Liefst zo vlug mogelijk want ze zaten daar op oorlogsmateriaal te wachten.
Stel je dus voor [als je dat kunt tenminste] 5 ruimen en in elk ruim een locomotief. Eerst de 10 Spitfires de wal op, bovenste luik openen en wat daaronder zat de wal op. Daarna de onderste luiken en alles wat daar weer als lading opstond de wal op totdat eindelijk de locs zichtbaar kwamen.
Aan de wal en in de loodsen was de chaos compleet. Alles lag op en naast elkaar in een min of meer geordende wanorde. Haast was geboden en geld speelde geen rol.
Enfin, om een lang verhaal kort te maken, de locomotieven gingen eruit en de lading die aan de wal lag er weer in. Let wel, in haast dezelfde wanorde maar dan wel zo goed mogelijk gestuwd, want de veiligheid van het schip mocht natuurlijk geen gevaar lopen. We spreken nu wel over zeer explosief oorlogsmateriaal.
Nieuws over de Japanse opmars naar Singapore maakte ons niet bepaald vrolijk.
De combinatie van, lading en veel Jappenvliegtuigen in de toekomst, was een wetenschap die ons niet in vervoering bracht. Er werd niet veel over gepraat en we maakten de boel vaarklaar om met volle kracht op te stomen naar Durban. Hier werden nog de nodige voorraden ingeslagen.
Toen op naar Straat-Soenda tussen de twee eilanden Sumatra en Java gelegen, in het toenmalige Nederlands Indië. Hoe we toen gevaren hebben, in konvooi of alleen, kon ik mij niet meer herinneren maar gelukkig kon ik het boek ‘De Nederlandse Koopvaardij in de tweede Wereldoorlog’, raadplegen. Daarin las ik dat een konvooi van vijf grote schepen waaronder de ‘Abbekerk’ de straat passeerden en dat we nog escorte kregen van een Nederlandse torpedobootjager Hr. Ms. ‘Tromp’. Deze bewaakte ‘de straat’ en het is dan 10 januari 1942. Eindelijk een datum waaraan ik mij een beetje kan vastklampen.
Vergeten was ik nog te melden dat een dag na het vertrek uit Durban met dit konvooi de kapitein aan de commodore vroeg of we uit een van de ruimen een ‘Bofor’ luchtafweerkanon konden halen om aan dek te zetten. Dit kanon zou dan bemand worden met leden van de bemanning en worden getraind door de Engelse kanonniers van de aan boord aanwezige ‘Bofors’. Dit werd kennelijk van harte toegejuicht en zo kwam het derde kanon op dek te staan. De munitie was ook gauw gevonden en zo waren we zeker de best tegen vliegtuigen uitgeruste boot in het konvooi. Nog even toestemming gevraagd om een rondje in de lucht te mogen (in)schieten Dit kon niet worden geweigerd en weldra ontploften een tiental granaatjes hoog in de blauwe lucht. Nu konden we er weer even tegen en de luchtafweer was tevens een aanwinst voor het hele konvooi.
<< vorig hoofdstuk ——————————————————————–volgend hoofdstuk >>