Belfast, July 1940

Nederlands or English

There were already quite a few other ships at anchor and several more were maneuvering to anchor. Suddenly we heard an enormous bang causing everybody including the crews on the other ships to rush to the railings just in time to see an enormous pillar of water crashing down on the foreship of a freighter some 80 meters away.
When the ship began to sink towards the bow our captain gave the order to lower the motor launches and ordered the crew to give assistance where needed. The nice thing was that all ships at anchor lowered their boats without any prior agreement. And so a small fleet of rescue boats sailed to the disaster area. From the shore came a couple of tugboats, there was plenty of help. We were now hoping that nobody was killed or injured. It was not long before all the rescue boats returned to their ships but as yet nobody knew what had happened.
After the long journey from Colombo we had little to talk about so this was a great occasion for a new subject to air your opinion on. It was eventually agreed that it had been an explosion in hold no1. The following morning we came to know that a German Aircraft had dropped a number of mines in the bay and this ship had sailed onto one of these mines. We had a lot to learn yet! The result was that no ship could either come in or go out of the bay and all had to remain at anchor until a few mine sweepers had cleared the bay.
A few days later we received orders to weigh anchor and sail to London. It was considered safer to sail north of Scotland in a small convoy and after that along the entire East Coast of England to the Thames. Accordingly we sailed North, passed the strait between North-Scotland and the Orkney islands and came down the East Coast. Every thing was quiet , and for us too quiet. We were going a little over half speed as the rest could not go faster.
During the night we came level with the town of Hull were we saw a large glow of huge fires ashore and saw the flashes from anti aircraft guns. This again was something new for us: witnessing an air attack on a town. We heard nothing, even on deck there was always noise from the exhausts of main and auxiliary motors. Too late we heard the noise of an aircraft swooping low over the ship emptying its machine guns on it and we did not see that it dropped a bomb aimed at the ship! Luckily it missed and detonated with an enormous bang some thirty meters behind us in our wake. Great panic and alarm bells!. Everybody wide awake, those who were in their bunks got dressed and everybody put on their life jackets. We could do absolutely nothing to defend ourselves because we did not have a single weapon. The only bullets we had on board were the ones that German Aircraft fired at us. There were two which had come in through the ventilator onto the floor of the engine room and a couple in the wardrobe of the Chief Engineer who at the time was not in his cabin. He only realized this in the morning when he saw the bullet holes in his wardrobe. Because nothing else had happened for an hour after the attack everybody could carry on with what he had been doing. If one still had a mind to do so.
Without further interruptions we finally reached London where we tied the ship up at the wharf of The Royal Albert Dock next to an immense silo, a concrete colossus, which was still being finished. On the eight of August 1940 we started to unload our valuable cargo.

<< previous chapter ——————————————————————————next chapter >>


Er lagen nogal wat schepen en ook schepen die nog wat manoeuvreerden om ten anker te gaan. Plotseling hoorden we een oorverdovende klap die iedereen aan boord, en ook op de omringende schepen, naar de railing deed snellen. Net snel genoeg om te zien hoe een enorme grote zuil water weer naar beneden kwam boven het voorschip van een vrachtschip dat ongeveer tachtig meter bij ons vandaan lag. Toen het bij de boeg een beetje begon te zinken liet onze Kapitein de motorreddingsboot zakken en gaf de bemanning opdracht hulp te bieden.
Het mooie was, en dat was natuurlijk niet afgesproken, dat alle schepen ter plekke precies hetzelfde deden. En zo voer een klein vlootje reddingsboten naar de onheilsplek. Ook van de wal kwam een stel sleepboten aangevaren om hulp te verlenen. Zodoende, hulp zat, en nu maar hopen dat er geen doden en gewonden waren. Het duurde dan ook niet zo lang of de reddingsboot keerde terug, maar niemand wist wat er aan boord van dat schip was gebeurd.
Omdat we na de lange reis eigenlijk niets meer hadden om over te praten was dit wel een prachtige gelegenheid om over een nieuw onderwerp onze mening te uiten. We hielden het op een ontploffing in de lading van ruim 1.
De volgende morgen kwamen we te weten dat een Duits vliegtuig een stel mijnen in de baai had gelegd en dat dit bewuste schip op een mijn gevaren was. We moesten nog veel leren. Het gevolg was wel dat geen schip de haven in of uit kon en we stijf op onze plaatsen moesten blijven liggen. Een paar mijnenvegers gingen aan het werk maar ik kan niet zeggen of ze iets hebben gevonden.
In ieder geval kregen we paar dagen later order het anker te lichten en op te stomen (met een motorschip) naar Londen. Men achtte het veiliger om langs het noorden van Schotland te gaan, in een klein konvooi en daarna langs de gehele Oostkust van Engeland naar de Theems.
We stoomden op naar het noorden, passeerden de straat tussen Noord -Schotland en de Orkneys en zakten af langs de Oostkust. Alles ging rustig, en voor ons doen wel heel erg rustig, want we voeren iets meer dan halve kracht omdat de rest niet harder kon. Toen we ter hoogte van Hull kwamen zagen we aan land (het was nacht) een fikse vuurgloed en het flitsen van afweervuur. Dat was nieuw voor ons en nu waren we echt getuige van een vliegtuigaanval op een stad.
Horen deed je niets want aan dek kwam er nogal flink wat geluid, van de uitlaatgassen der hoofd- en hulpmotoren, uit de schoorsteen. Wat we dus ook wat laat hoorden was een vliegtuig dat laag over ons heen scheerde, intussen zijn machinegeweer op ons leeg schoot en, wat we dus ook niet zagen, een bom op het schip losliet. Gelukkig miste deze het schip en ontplofte een meter of dertig achter ons, met een geweldige klap, in het schroefwater.
Dat gaf consternatie en tevens alarm. Iedereen klaar wakker, degenen die in de kooi lagen direct gekleed, en allen een zwemvest aan. Je was aan de heidenen (in dit geval Duitsers) overgeleverd want we konden absoluut niets doen om ons te verweren om de eenvoudige reden dat we niet bewapend waren.
De enige kogels die we aan boord hadden bleken een stel kogels die door de Duitsers op ons schip waren afgevuurd. Hiervan kwamen er twee door de machinekamer luchtkoker op de vloerplaat plus nog een paar in de kleerkast van de hoofd-s.w.t.k. die op dat moment niet in zijn hut vertoefde.
Die kwam echter pas tot die ontdekking nadat hij eerst weer was gaan slapen en ’s ochtends de gaten in de kleerkastdeur zag… Omdat er niets meer gebeurde na deze aanval kon na een uurtje iedereen weer verder met datgene waarmee hij bezig was geweest. Als men daar dan nog zin in had. Zonder verdere onderbrekingen kwamen wij uiteindelijk in Londen aan waar we het schip aan de kade van het Royal Albert Dock afmeerden vlak naast een nieuwe immense silo, een betonkolos, die men aan het afbouwen was. Ik denk dat het toen half augustus 1940 was.

<< vorig hoofdstuk ——————————————————————–volgend hoofdstuk >>

Responses

  1. On 21 july 1940 the SS Troutpool was sunk when she hit a mine leaving Belfast Lough. 11 crewmembers were killed.
    Abbekerk was lucky here: she didn’t have maps of the harbour and therefore her master anchored at the entrance on the 21st and refused to move on before she had maps and a pilot. Troutpool sank between Abbekerk and the spot the port authorities had wanted Abbekerk to anchor.
    Abbekerk didn’t move for days while the harbour was sweeped.


Leave a response

Your response: